De berekening met Wp × 0,85 geeft een bruikbaar startpunt. De werkelijke opbrengst hangt daarna af van uw dak en omgeving. Hieronder staan de belangrijkste factoren.
Ligging en zoninstraling
Zoninstraling verschilt per regio. In Nederland kan de opbrengst bij gelijke installatie aan de kust hoger liggen dan in het oostelijk binnenland. Als richtlijn wordt vaak genoemd dat kustgebieden tot circa 10–15% hoger kunnen uitkomen dan delen verder landinwaarts. Daarom wordt ook gewerkt met een bandbreedte: 0,80–0,90 kWh per Wp per jaar, met 0,85 als gemiddelde. Wij adviseren bij twijfel over regionale verschillen altijd lokale gegevens of ervaringscijfers uit uw eigen buurt mee te nemen in de afweging.
Oriëntatie van het dak
De richting van het dak bepaalt hoeveel direct zonlicht de panelen opvangen:
- Zuid: hoogste totale jaaropbrengst.
- Zuidoost/Zuidwest: vaak bijna vergelijkbaar met zuid.
- Oost/West: gemiddeld circa 15–20% minder totale opbrengst dan zuid, maar wel een gelijkmatigere spreiding over de dag.
- Noord: doorgaans af te raden door fors lagere opbrengst.
Hellingshoek van de panelen
De hoogste opbrengst wordt vaak gehaald rond een hellingshoek van ongeveer 35°. Een afwijkende hellingshoek betekent meestal een beperkte daling (enkele procenten), afhankelijk van de richting van het dak.
Op platte daken kunnen panelen met een frame schuin worden geplaatst. Daarbij spelen ook ruimte (rijafstand) en schaduw door de panelen onderling een rol.
Schaduw op de panelen
Schaduw heeft vaak meer impact dan mensen verwachten. Schaduw van bomen, dakkapellen, schoorstenen of omliggende gebouwen kan de opbrengst merkbaar verlagen. Bij systemen met panelen in één string kan een deels beschaduwd paneel de opbrengst van de hele string drukken.
Een installateur kan een schaduwanalyse uitvoeren en de configuratie daarop afstemmen. Mogelijke maatregelen zijn onder meer:
- panelen verplaatsen of anders verdelen over het dak
- werken met power-optimizers of micro-omvormers bij (gedeeltelijke) schaduw
- panelen met eigenschappen die schaduwverlies kunnen beperken, zoals half-cut cell-panelen (schaduw blijft wel opbrengst kosten)
Type zonnepaneel en kwaliteit
Niet elk paneel levert dezelfde opbrengst per vierkante meter. Moderne monokristallijne panelen halen doorgaans meer Wp per m² dan oudere polykristallijne panelen. Daarnaast speelt kwaliteit mee in stabiliteit en prestaties over de jaren.
Er bestaan ook panelen met aanvullende eigenschappen (bijvoorbeeld bifacial of varianten met verbeterde celtechniek). De meeropbrengst daarvan hangt sterk af van de toepassing (ondergrond, reflectie, montage) en is dus niet in één getal te vangen.
Leeftijd van de installatie (degradatie)
Zonnepanelen verliezen geleidelijk vermogen door veroudering. Een vaak genoemde orde van grootte is ongeveer 0,5–1% per jaar. Dat betekent dat panelen na verloop van tijd iets minder kWh opwekken dan in het eerste jaar.
- na 10 jaar is rond 90% van de startopbrengst een gangbare richtlijn
- na 25 jaar wordt vaak ongeveer 80–85% aangehouden, passend bij veel productgaranties
Onderhoud (schoonmaken)
Vuil, stof, pollen, bladeren en vogelpoep kunnen de opbrengst verlagen. Het effect verschilt per situatie, maar enkele procenten verschil is reëel, vooral als vervuiling lang blijft liggen.
Regen spoelt veel vuil weg, maar een jaarlijkse controle is verstandig. Zeker na perioden met veel pollen, langdurige droogte of als u een structurele daling in uw monitoring ziet. Let bij zelf schoonmaken op veiligheid (dakwerk en valgevaar). Bij Zonne Energie Oost krijgen wij geregeld de vraag wanneer het schoonmaken echt nodig is, bij langdurig zichtbare vervuiling of structurele dips in opbrengst adviseren wij actie.